We hebben ons net aan elkaar voorgesteld, op het netwerkevent voor
coaches.

We babbelen: zij vertelt wat, ik reageer erop. Het gesprek kabbelt rustig verder.

Ineens kijkt ze me aan, bloedfanatiek. Als een hyena die vers vlees ruikt.
Ik heb iets getriggerd bij haar, maar ik ben als het jong dat niets door heeft.

 

‘Jij hebt een groot probleem meisje, en ik ga je helpen.’

 

‘Huh?’, hoor ik mezelf denken. ‘Wat heb ik nou aan mijn broek hangen? Zit je
gewoon te kletsen, krijg je dit. Doe ‘s normaal man!’

Mijn nekharen staan recht overeind. De irritatie giert door me heen. Mijn
moederleeuw schiet naar voren, sneller dan het licht, om de hyena te
verjagen.

‘Jessica’, zeg ik scherp, te scherp, ‘ik ben hier niet van gediend’.

Ik denk dat ik ook mijn leeuwenblik heb: ze is stil.
Ongemakkelijk stil. Ai.

 

Hoe erg is dat nou, zo’n reactie?

 

Want ik had gelijk, toch?

Maar ik heb er een rotgevoel over. Zij heeft op haar beurt iets in mij
getriggerd. Een gevoelig plekje, waardoor ik een intense irritatie voel die niet
past bij het moment. Ik heb het gevoel dat ik van me af moet bijten: de
leeuw valt aan een verdedigt ons territorium.

Ik heb op de automatische piloot gereageerd, die irritatie stond even aan het
roer. En dat brengt me uit balans. Vandaar dat rotgevoel achteraf. Heb jij dat
ook weleens? Je herkent jezelf niet terug, zegt dingen die je niet had willen
zeggen of op een andere manier dan je prettig vindt. Je baalt van jezelf.

 

En wat als ik me niet herken in die leeuw?

 

Niet iedereen reageert als een leeuw. Of niet altijd. Je hebt ook mensen die
bevriezen als een konijntje. Als je ooit zo’n diertje voor de koplampen hebt
gehad, dan weet je dat konijnen stokstijf blijven zitten alsof ze in het donker
door de koplampen gevangen zijn. Je weet niet wat je moet zeggen. De
woorden stokken. Je gesprekspartner ziet hoogstens opengesperde ogen.
Van binnen gaan de emoties en gedachten tekeer en etteren daar nog even
door.

Ben jij meer iemand die wegloopt van de situatie of de persoon die je
triggert, dan reageer je als een eend. Je wil dan helemaal niet voelen wat er
met je gebeurt. In plaats daarvan vlucht je in een praatje maken met iemand
anders, whatsappjes lezen of naar het toilet om daar de scheurkalender te
bekijken. Alles vind je prima, behalve het voelen van die blauwe plek en het
aangaan van de confrontatie met je blauweplekkenbezorger.

 

Waarom is het belangrijk om te weten hoe je reageert?

 

Emoties kunnen weliswaar belangrijke signalen geven, maar ze zijn niet
geschikt om je leven door laten te bepalen. Laat je dat wel gebeuren, dan
brengen ze je iedere keer van je stuk. En dat is niet wat je wil toch? Jij wil in je
kracht staan, je potentieel benutten, eigenstandig je keuzes maken – en op
een rustige, gepaste wijze reageren op ongewenste opmerkingen.

Wil jij de regie overnemen van je automatische piloot, dan is het zaak je
eigen reactiepatronen onder de loep te nemen.

 

Hoe pak ik dat aan?

 

Denk eens terug aan een spannende of lastige situatie, waarover je niet
tevreden bent.

  • Wat was je eerste reactie: ging je het gevecht aan als een leeuw, vluchtte je
    als een eend of bevroor je als een konijn in het licht van de koplampen?

Heb je een situatie gekozen? Zoom er dan verder op in:

  • Wat voelde je? En waar in je lichaam voelde je dat?
  • Als je terugkijkt, wat dacht je toen?
  • Wat zei je of juist niet?
  • Wat deed je of juist niet?

Herken je dit ook in andere spannende of lastige momenten?

Ja? Dan heb je jouw patroon te pakken.

 

Credits foto voor Aleksander Markin.