Mijn opa overleed te midden van zijn kleinkinderen. Kort voor zijn overlijden lachte hij, half bij half niet bij.

Hij gleed weg, om dan weer lachend even aan de oppervlakte te komen om te kijken wie er waren. Een bewonderende blik naar de vriendin van mijn broer die hij nog niet ontmoet had: ‘Moooi’.

En hij zakte weer weg.

Ik denk dat hij in alle rust heeft kunnen wegglijden wetende dat hij iedereen nog even gezien had, dat het leven geleefd was om vervolgens rustig te overlijden. Het was een rustig heen gaan van een man die daaraan toe was.

Mijn oma ‘van de andere kant’ ontspande zichtbaar toen ik haar vertelde dat ik begreep dat ze naar de dood verlangde. Dat het oké was als ze zou gaan.

Ze gaf aan dat haar leven geleefd was. Haar man alle vele jaren dood. Vrienden en familie; het werden er steeds minder omdat zij ouder werd en bleef leven. Haar kinderen en kleinkinderen, haar zeer dierbaar, hadden allemaal hun eigen leven en haar in die zin niet meer nodig.

Ik herinner me haar opluchting. En het verlangen naar de dood. Het is goed als hij komt. Berusting, acceptatie, rijping.

 

En nu, met corona.
Wat doen we nu?

 

Mijn opa en oma waren ruim in de tachtig toen ze overleden. En dan denk ik nu aan die tachtigers in verzorgingstehuizen, in bejaardentehuizen, thuiswonend.
Die wordt geadviseerd, verboden om contact te hebben met mensen.

Wat zijn de dingen die gelden, die belangrijk zijn in de laatste jaren na een lang, en hopelijk gelukkig, leven?

Dat is het contact met de mensen om wie je veel geeft. Het is niet het huis, het is niet de carrière, de auto, de reizen, de kleding of andere spullen waarmee je jezelf kunt omringen.

Het is het contact met degenen die het meest nabij voelen. Die in het hart zitten. De kus. De omhelzing. De hand. Het oogcontact. De energie van het bezoek. De verhalen. Dat geeft kwaliteit van leven.

Dat zijn de momenten waarnaar je uitkijkt.
Dat zijn de momenten waarop terug wordt gekeken als het bezoek weg is.
Dat zijn de momenten waarover wordt gesproken als er nieuw bezoek komt.

En juist dat, dat wat kwaliteit van leven brengt, ontberen nu de mensen waarvan we vinden dat we ze moeten beschermen.

 

Ik vraag me af: tegen wat of wie beschermen we onze ouderen?

 

Voor hen is besloten, we schrijven april 2020, dat het beter is om in isolement blijven – in feite – zolang corona rondwaart. Voor hen is besloten dat het beter is om langer te blijven leven zonder dat contact met naasten dan korter te leven met die naasten om zich heen en met het risico op overlijden aan de gevolgen van corona.

Ik las een artikel van dr. Kompanje (Erasmus MC). Hij beschrijft daarin vanuit zijn rijke ervaring hoe anders mensen op hoge leeftijd tegen het leven en de dood aankijken.

Schrijnende reacties ontving hij op zijn artikel. Van kinderen over hun vaders en moeders die wegkwijnen. Die langzaam dood aan het gaan zijn door hun isolement. Door hun eenzaamheid. Aan een gebroken hart. Dat laatste klinkt misschien romantisch maar het is de pijnlijke werkelijkheid. Schrijnend is hier een eufemisme. Mensonterend past beter. Wil je zo oud worden?

En dat stelt me voor deze vraag: wie zijn ‘wij die vol in het leven staan’ om te bepalen hoe al onze 80-plussers in tehuizen hun laatste weken, maanden of jaren mogen leven? Wie zijn wij om te bepalen dat ze beschermd moeten worden tegen een virus terwijl ze zelf ook wel weten dat welk stevig virus of bacterie dan ook toch het einde van hun leven betekent?

Bij mij komt op dat we deze mensen niet beschermen tegen de dood. Of tegen lijden.

 

Bij mij komt op dat we via deze mensen ónszelf beschermen.

 

Dat we onszelf beschermen tegen het gevoel van machteloosheid, radeloosheid, reddeloosheid, woede en verwijten van anderen of onszelf in het geval corona te keer zou gaan onder onze ouderen.

Dat we onszelf beschermen tegen gevoelens die we ervaren als we weten dat we er niet alles aan hebben gedaan om iemand te beschermen en diegene uiteindelijk toch ziek wordt of doodgaat.

Maar de vraag is: zijn ‘wij die de dienst uitmaken’ wel gerechtigd om dit soort besluiten te nemen? 

Wie zijn wij die, zoals dat heet ‘vol in het leven staan’ om de sterfelijkheid van deze mensen niet te accepteren, terwijl de mensen zelf allang begrijpen dat de dood bij het leven hoort? 

En wie zijn wij, die vanuit onze functies beleid maken en ons een mening vormen, om te bepalen dat het beter is om zo lang mogelijk te leven in plaats van dat we hén vragen naar hun idee van kwaliteit van leven? Om te bepalen wat menswaardig is?

 

Zou het niet beter, rechtvaardiger, respectvoller zijn om iedere oudere die nu in isolement zit die keuze voor zichzelf te laten maken?

 

Wetende dat de sociale netwerken om deze mensen klein zijn en vaak beperkt tot partner, kinderen en kleinkinderen.

Zou het niet beter, rechtvaardiger, respectvoller zijn als deze mensen zelf konden bepalen met wie van hun dierbaren ze in contact zijn?

Zou het niet beter, rechtvaardiger, respectvoller zijn als we deze mensen zelf een afweging zouden laten maken over het risico een virus op te lopen dat zeer waarschijnlijk hun dood wordt? En ze daarmee de vrijheid te geven om zelf te bepalen of ze zo lang mogelijk blijven leven voorop willen stellen. Omdat niet iedere oudere met één been in het graf staat. Of in het graf wil staan. Of misschien nog heel vitaal is.

 

Zou het niet beter, rechtvaardiger, respectvoller zijn om te accepteren dat mensen nou eenmaal ergens dood aan gaan, en dat dat niet erg is?

 

Zou het niet beter, rechtvaardiger, respectvoller zijn om te accepteren, om vast te stellen dat als je zo’n hoge leeftijd hebt bereikt je niet zomaar op de ic komt? Omdat we nu weten dat je dan wekenlang is slaap wordt gehouden om vervolgens een jaar of langer te moeten revalideren.

Zou het niet beter, rechtvaardiger, respectvoller zijn als mensen zelf mogen aangeven dat ze daarvan afzien? In nauw overleg met artsen en nabestaanden. Iets wat in praktijk bij allerlei andere bacteriële en infectieziektes allang common sense is.

Als we dit kunnen accepteren…
Als we ouderen hun stem teruggeven om zelf te bepalen hoe zij hun laatste weken, maanden, misschien jaren inrichten naar hun idee over kwaliteit van leven…
Als we stoppen om ons voor deze hele groep mensen te fixeren op kwantiteit van leven…
… hoe zou ons beleid dan zijn? En wat vraagt dat van ons leiderschap?

Hoe zou ons beleid zijn als we accepteren dat niet 5000 of 6000 extra ouderen aan covid-19 overlijden zoals in 2018 bij de griep het geval was, maar misschien wel 20.000 omdat oude mensen nou eenmaal ergens aan overlijden? Maar dan wel op een manier die menswaardig en respectvol is, in nabijheid van hun naasten – voor de mensen die dat zo wilden.

Zouden we dan meer ontspannen omgaan met het tekort aan bedden op de ic? Zouden we anders omgaan met bezoekregelingen? Zouden we anders omgaan met oudere mensen die wel de straat op durven gaan?

 

Hoe zou ons beleid eruitzien als we kwaliteit van leven boven kwantiteit stellen?

 

Als we de keuze tussen kwaliteit en kwantiteit laten afhangen van de individuele keuzevrijheid van degene om wie het gaat? Wetende dat het leven voor het overgrote deel allang geleefd is. En kwaliteit van leven naar het einde toe steeds belangrijker wordt.